<< Terug

Smart mobility: slimme stadslogistiek vraagt om multimodaal transport

40% van het dagelijkse vrachtverkeer in grote steden is bouwverkeer. En meer dan 80% van alle zendingen in de stad wordt met een bestelbus afgeleverd. Consumenten en bedrijven willen alles just-in-time aan de deur afgeleverd krijgen. Toenemende eisen van stedelijke distributie vragen om slimme logistieke oplossingen, zoals de integratie van verschillende vervoersmodaliteiten. Walther Ploos van Amstel, lector City Logistiek aan de Hogeschool Amsterdam (HvA), weet er alles van.

Is de keten van slimme en schone stadslogistiek bestelbus-vrij?

‘Bestelbus-vrij gaat misschien net iets te ver. Maar je hebt ook schone bestelbusjes. Een groot deel van de stadslogistiek, vooral voor de horeca en de bouw, gebeurt nu met dieselbestelbussen. Door meer kleinschalige renovatie- en bouwprojecten in de stad zie je meer verkeersbewegingen en overlast. Ook de toename van 'bouw-zzp’ers' verhoogt het aantal bestelbusjes. Bestellingen aan huis of aan kantoor worden afgeleverd door bestelbussen met vaak maar één zending aan boord. De cargobike is een uitstekend alternatief. Onderzoek laat zien dat bij een derde van alle zendingen deze bussen vervangen kunnen worden door elektrisch aangedreven vrachtfietsen. Bovendien sluit je zo aan bij de zero emissie-ambitie in de binnensteden. Het reduceren van de CO2-uitstoot en het slim benutten van de schaarse (vervoers)ruimte is een van de belangrijkste uitdagingen in de stadslogistiek. Gemeentebesturen moeten hier beleid op maken - denk aan milieuzones - en vooral handhaven.’

Hoe belangrijk is samenwerking tussen de modaliteiten voor de stad?

‘Binnen de stad is dat beperkt. Maar daarbuiten wel degelijk. Denk aan toevoer van bouwmaterialen naar de rand van de stad en vanaf daar just-in-time naar de bouwplaats over het water. Verder voorzie ik een vraag naar distributiehubs op strategische locaties aan de rand van steden. Een stad als Amsterdam heeft er zo’n 4 tot 5 nodig. Modaliteiten kunnen elkaar aanvullen, maar dan moeten ze wel voldoen aan eisen als snelheid, betrouwbaarheid, veiligheid en kostenefficiency. Zo’n integrale modaliteitenmix leidt tot een grotere flexibiliteit en meer keuzemogelijkheden voor het verladende bedrijfsleven.’

Hoe kan het beter?

‘Door verschillende obstakels weg te werken, zoals het niet willen delen van data. In Amsterdam rijden bijvoorbeeld zo’n 300 elektrische Smarts van het carsharingbedrijf Car2Go. De ritgegevens zijn hun eigendom, maar van die data kun je dus veel leren, zoals de voorspelbaarheid van vervoer. De gemeente Amsterdam had bij het afgeven van een vergunning die anonieme data moeten eisen. Verder kunnen de hoge transactiekosten bij een wissel van modaliteit omlaag. Die wissel moet naadloos gebeuren. Alleen al het maken van een factuur daarvoor kost meer dan de besparing die dit oplevert. Containerisatie, papierloze processen en een slimme partij die de verrekening verzorgt, zijn voorwaarden. Nog een aandachtspunt is een betrouwbare planning. Anders heb je afstemmingsverliezen tussen de modaliteiten. Hier ligt ook een belangrijke rol voor de overheid bij het delen van verkeersdata en voor data alignment in de keten. Het nieuwe Open Trip Model, een open standaard voor het delen van data in de logistieke sector, kan bedrijven hierin ondersteunen. Onlangs hebben 4 Nederlandse steden, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Albert Heijn en Simacan hier een succesvolle proef mee gehouden.’

Wat vindt u een inspirerend voorbeeld van succesvolle integratie van modaliteiten?

‘Gelukkig zijn er al verschillende voorbeelden. Zo zetten Bubble Post, Fietskoeriers, UPS en DHL sterk in op cargobikes.

Insteek is om het beschikbare volume van de bestelbus of de cargobike volledig te benutten en steeds die modaliteit in te zetten die het meest geschikt is. Een ander voorbeeld is de aanvoer van levensmiddelen met de trein en over water in hartje Parijs. Zo’n 300 winkels van Franprix in de Franse hoofdstad worden slim, schoon en kostenefficiënt bevoorraad dankzij de inzet van verschillende modaliteiten.’

Hoe kunnen personenvervoer en logistiek van elkaar leren bij 'the last mile'?

‘Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving / Centraal Planbureau toont dat de mobiliteit in 2050 met 25% tot 50% is gegroeid. Dit moet geaccommodeerd worden. De verwachting is dat anders, na 2030, de wegeninfrastructuur, de ruimte en het openbaar vervoer grote problemen krijgen. Een omslag in mobiliteitsdenken is nodig. De 'last mile' moet slim georganiseerd worden. Denk aan bundeling van lading, data-uitwisseling in de keten en flexibele tijden voor het bevoorraden van winkels. Het gaat om een transformatie van een fysieke naar een connected stad waarin alles slim met elkaar verbonden is. Mobiliteit moet een service worden. Dat betekent mobiliteit inkopen in plaats van investeren in transportmiddelen. Intelligente transportsystemen zijn hier een belangrijk onderdeel van. Zo koppel je alle elementen van multimodaal transport aan elkaar.’

Meer informatie over Smart Mobility Stories

Dit artikel is onderdeel van de Smart Mobility Stories #9. Op de website van de Innovatiecentrale vindt u meer informatie over Smart Mobility Stories. Meer informatie over smart mobility is te vinden op de pagina Smart mobility.

Reacties

Reageren kan na inloggen.