Informatie & Advies:
basisvragen en antwoorden

- van driewieler tot rollator, over regelgeving, hulpmiddelen, verkeerssituaties etc
- over rijbewijzen, nieuwe vormen van vervoer (zoals hoverboard) en leuke weetjes
- geen antwoord gevonden of meer weten? Geef tips of stel uw vraag op de Forums
Submenu Informatie & Advies
<< Terug

Wat zijn de belangrijkste voorrangsregels op het water?

Er zijn veel regels om de voorrang op het water te regelen. Dit komt omdat de voorrangsregels afhankelijk zijn van:

  • het type vaartuig (motor, zeil, of spierkracht)
  • hoe groot het vaartuig is (meer of minder dan 20 meter)
  • de snelheid waarmee het schip kan varen (meer of minder dan 40km/u)
  • hoe je ten opzichte van elkaar vaart (stuurboord/bakboord) 
  • en op welke vaarweg je zit.

In het Rijnvaartgebied gaat bijvoorbeeld beroepsvaart altijd vóór pleziervaart (Rijnvaartpolitiereglement), terwijl dat op andere wateren (BPR) niet altijd zo is.

Voor verreweg de meeste wateren gelden de regels uit het
Binnenvaartpolitiereglement (BPR).
De belangrijkste regels samengevat zijn:

  • Als je voorrang moet verlenen dan moet je daar ook de ruimte voor geven, je snelheid op aanpassen en een koers varen waardoor er geen gevaar ontstaat voor aanvaring.
  • Maar als je voorrang hebt, heb je ook de plicht om zo te handelen dat je onveilige situaties voorkomt of oplost, ook als dat ten koste gaat van je voorrangsrecht.
  • Een snel schip (kan harder dan 40km/u) moet voorrang geven aan andere schepen, ook kleine schepen.
  • In principe moeten schepen die niet aan stuurboordszijde van het vaarwater varen voorrang verlenen aan schepen die wel aan stuurboordszijde van het vaarwater varen.
  • Als geen van de schepen de stuurboordszijde van het vaarwater volgt, geldt:
    • Kleine schepen (< 20 meter) moeten over het algemeen voorrang verlenen aan grote schepen.
    • Motorschepen van gelijke orde moeten zodanig manoeuvreren dat zij elkaar bakboord op bakboord voorbijvaren als zij elkaar recht tegemoet komen. Dit geldt ook tussen een groot motorschip en een groot zeilschip.
    • Op spierkracht voortbewogen vaartuigen (roeiboten, kano's, waterfietsen e.d.) moeten elkaar ook bakboord op bakboord voorbijvaren als zij elkaar tegengemoet komen.
    • Een motorschip dat van bakboord nadert moet voorrang verlenen aan een kruisend motorschip van gelijke orde dat van stuurboord nadert. Dit geldt ook tussen een groot motorschip en een groot zeilschip.
    • Bij op spierkracht voortbewogen vaartuigen onderling gaat stuurboord ook voor op bakboord.
    • Een zeilschip dat over stuurboordsboeg ligt, moet een zeilschip van gelijke orde dat over bakboordsboeg ligt voorrang verlenen als zij elkaar recht naderen.
    • Moet een klein motorschip andere kleine zeilschepen (ook windsurfers) en kleine op sprierkracht voortbewogen schepen voorrang verlenen.
    • Moeten kleine op spierkracht voortbewogen schepen voorrang geven aan kleine zeilschepen.
    • Zeilen zeilschepen van gelijke orde over verschillende boeg, dan moet het schip dat over stuurboodsboeg ligt voorrang verlenen aan het kruisende schip dat over bakboordsboeg ligt.
    • Zeilen zeilschepen van gelijke orde over dezelfde boeg, dan moet het loefwaartse zeilschip voorrang verlenen aan het kruisende lijwaartse zeilschip. Bij twijfel over de boeg gaat het loefwaartse schip voor op het lijwaartse schip.
  • Een oploper (een schip dat een ander schip inhaalt) mag een ander schip alleen voorbij als hij zeker is dat dit geen gevaarlijke situatie oplevert, maar de ander moet wel meewerken om de inhaalactie eenvoudig en vlot te kunnen laten verlopen. 
  • Grote schepen mogen van andere schepen medewerking verwachten als zij een “bijzondere manoeuvre” moeten maken, zoals wegvaren of keren.

Zie de Nuttige Links.